Nieuwsflits

Lid worden van onze fotoclub doe je eenvoudig door een berichtje te sturen naar het volgende adres: secretaris@fcoldenzaal.nl

Kijk verder  op Lid worden

Agenda

February 2012
Mon Tue Wed Thu Fri Sat Sun
1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26

27

28

29

Komende Activiteiten

05.02.2012 - 26.02.2012
Expositie Foto nationaal

09.02.2012 19:30 - 22:00
Subgroep Beeldbewerking

13.02.2012 19:30 - 22:00
Clubavond

16.02.2012 19:30 - 22:00
Mentoraatavond

16.02.2012 20:00 - 21:00
Opening fototentoonstelling Haaksberegn

10.03.2012
Jurering Bondsfotowedstrijd

12.03.2012 19:30 - 22:00
Soosavond

22.03.2012 19:30 - 22:00
Mentoraat avond

25.03.2012 00:00 - 00:00
Openbare bespreking Bondsfotowedstrijd

25.03.2012 13:00 - 14:00
Holland Image Salon

Home Fototips Nikon TTL
Nikon TTL
Nikon CLS; Nikon TTL flits meet system

Flitsfotografie is een behoorlijk complex onderwerp en je moet het goed bestuderen om het te begrijpen. Als je het goed kan toepassen is het een onderwerp wat veel voldoening schenkt en het leid tot het nemen van goede foto’s in situatie's met te weinig omgevingslicht. Dit is het tweede artikel in een serie over Nikon's CLS flitssysteem.

In dit artikel wordt de term TTL (Through The Lens) gebruikt, hiermee wordt Nikon's iTTL systeem bedoeld. Zoals in het eerste deel van deze serie te lezen was is het belangrijk om te begrijpen dat het TTL flits meetsysteem NIET gekoppeld is met het camera meetsysteem. Beide systemen gebruiken wel dezelfde sensor, maar ze handelen onafhankelijk (hoewel je dit wellicht niet zo verwachten).

Ook wordt dit separate systeem niet duidelijk uitgelegd in de gebruiksaanwijzing. Het wordt alleen zijdelings genoemd in een algemene uitleg van Nikon over het CLS systeem waar het spreekt over het gebruik van de FV Lock-knop om een belichting te meten van een voorwerp wat zich buiten het centrum van de opname bevind als de achtergrond donker is.

Let op: Het TTL-BL flitsmeetsysteem is gekoppeld aan het camera meetsysteem. Beide systemen lezen de instellingen van de camera: ISO en diafragma instellingen en nemen dit mee in hun berekening voor een juiste belichting.



De foto hier boven is genomen in bijna totale duisternis met de camera op handmatig. De sluitertijd is 1/8e seconde bij een diafragma van f/2.8. Je ziet hoe het flits systeem de belichting regelt van het voorwerp en het camera systeem de belichting van de achtergrond. Je kan dit zien door de verschuiving in de witbalans, de achtergrond is zeer geel en het flitslicht is een stuk witter. Dit komt doordat de achtergrond is belicht door gewoon lamplicht en het voorwerp door de flits. Doordat de achtergrond ver verwijderd is heeft het flitslicht dit niet bereikt.

Het camera meetsysteem houd geen rekening met het licht dat de flits toevoegt aan de belichting. Je kan dit aantonen door een foto te nemen met en zonder flits waarbij de sluitertijd op een vaste waarde gehouden wordt. Zet bijvoorbeeld de camera in S-mode met een sluitertijd van 1/80e seconde en laat de camera het diafragma bepalen.

Het diafragma dat de camera kiest zal hetzelfde zijn met of zonder flits. Dit betekent dat, onafhankelijk van het omgevingslicht, het voorwerp wordt belicht door de flits. Wanneer het omgevingslicht helder genoeg is om het voorwerp te belichten zorgt het flitslicht voor overbelichting.

Het flitsmeetsysteem vuurt een paar voorflitsen af en meet het gereflecteerde licht in een gebied van het centrum ongeacht welk camera meetinstelling, diafragma en sluitertijd er ingesteld is. De grootte van het meetgebied is half zo groot als het gebied van de vier scherpstel sensoren rond de middelste sensor. De totale hoeveelheid gereflecteerd licht (flits plus omgevingslicht) bepaald de sterkte van de uiteindelijke flits.

In de praktijk komt het er dus op neer dat het gereflecteerde omgevingslicht van je onderwerp opgeteld wordt bij het gereflecteerde flitslicht. Dit resulteert bij veel omgevingslicht in overbelichting. Hieronder een voorbeeld van overbelichting door de flits als het omgevingslicht te sterk is.




Een belangrijke conclusie die getrokken kan worden als het omgevingslicht sterk is dat het meestal het beste is om de flits compensatie terug te zetten tot -1,7 stops (afhankelijk van de situatie is dit ene goed uitgangspunt). Dit zal meestal overbelichting voorkomen, voornamelijk in het gezicht van het onderwerp. Dit is waarom Nikon het TTL-BL systeem heeft ontwikkeld.


Nikon TTL-BL Flits
De meest geavanceerde flitsmode op een Nikonflits is TTL-BL. Oorspronkelijk stond BL voor BackLit maar vanuit marketing is er besloten om er Balanced Fill (ofwel gebalanceerde invul flits) van te maken.




De foto hierboven is een goed voorbeeld van een persoon waarbij een invulflits is gebruikt bij een lichte achtergrond. In de eerdere hoofdstukken uit deze serie staat dat in TTL mode het camera meetsysteem geheel is gescheiden van het flits meetsysteem. Dit is echter niet altijd zo; bij TTL-BL werken ze samen.

Laten we eerst bespreken wat invulflits is en wanneer je het moet gebruiken. Het gebruik van de invulflits is nodig als de achtergrond helderder is dan het voorwerp op de voorgrond. Dit is bijvoorbeeld het geval als buiten met een zonnige dag wordt gefotografeerd en de persoon staat in de schaduw. Als je goed kijkt naar het gezicht dan zie je schaduwen onder kin, neus en in de oog holtes.

Als je zo'n opname moet maken kun je het best een invulflits toepassen maar je moet ervoor waken dat het flits licht niet gaat overheersen dus experimenteer met de FV waardes, zet deze bijvoorbeeld op -1,0 of -1,7 stop lager op de flitser. In deze situaties werkt het Nikon TTL-BL systeem op zijn best.




In de foto hierboven de personen staan voor een raam en je wilt dat de achtergrond buiten goed helder wordt belicht. Je hebt dan dus veel invullicht nodig om de gezichten bijna even helder te belichten als het buitenlicht. Zet je camera in Manualmode, ISO 200, en gebruik de meter van de camera om f/3.5 en 1/60e seconde in te stellen.

Een TTL-BL flits met -1,7 EV (exposure value = belichtingswaarde) werkt hier goed om het licht op de gezichten op natuurlijk licht te laten lijken. Je voorkomt door het verminderen van de belichtingswaarde dat de foto er geflitst uit ziet.

Wat gebeurt er?
We gaan dus hier dus uit van de flitser in TTL-BL mode, camera in P mode (matrix meting) en de gewone AF-S scherpstelmodus. Hier volgen de stappen die de camera en het flitssysteem nemen als de sluiterknop wordt ingedrukt:

1. Als de sluiterknop half wordt ingedrukt stelt het focus systeem scherp en de camera meet de belichting van het totale frame (op basis van het beschikbare licht).

2. De data van de belichtingsmeter en, mits de flitskop in de normale stand staat, de ingestelde afstand van een type D of G lens wordt naar de flits gestuurd. Dit is de enige communicatie die plaats vindt tussen het meetsysteem van de camera en het meetsysteem van de flitser.

Noot: De afstand gegevens van de D of G lens wordt alleen gebruikt door de flits in TTL-BL mode als de flitskop in de normale stand staat, als de flits kop verdraaid wordt kan het systeem niet meer bepalen wat de exacte afstand is die het licht moet afleggen. Informatie over de afstand wordt dus niet door de flitser gebruikt wanneer je indirect flits via bijvoorbeeld een plafond.

3. Als de sluiter verder wordt ingedrukt vuurt de flits zijn voorflits af. Het flitsmeetsysteem meet het gereflecteerde licht en concentreert de meting in het midden van het frame (waar het voorwerp verwacht wordt te zijn).

4. Het flitsmeetsysteem (de sensor hiervoor zit overigens in de camera!) vergelijkt dan het gereflecteerde licht van het centrum van het frame (het voorwerp) met de data van het meetsysteem van de camera en gebruikt de afstandinstelling die de lens rapporteert. Hiermee wordt uitgerekend hoeveel flitslicht hij moet geven om het voorwerp even helder te belichten als het licht, gemeten door de camera voor het gehele frame.

Met andere woorden, hij voegt flitslicht toe om de helderheid van het voorwerp gelijk te maken aan het licht van de achtergrond.

5. De sluiter opent, de flits zendt genoeg licht uit volgens de bovenstaande berekening en de sluiter gaat weer dicht. Om dit alles goed te laten werken moeten we een paar dingen overwegen.

Ten eerste; het onderwerp kan alleen uit gelicht worden door de flits. Gebruik geen flits als het onderwerp al helderder is dan de rest van de scene.

Ten tweede; flits foto's ogen altijd vreemd als het onderwerp even helder belicht is als de achtergrond. Het onderwerp lijkt onnatuurlijk van de foto af te springen en het is duidelijk dat er is geflitst.

Subtiele invulflits
Invulflits moet subtiel zijn en als je naar de foto kijkt moet het eigenlijk lijken of er helemaal niet geflitst is. Daarom moet je ook de flitscompensatie terug zetten met -1,0 of -1,7 stop zodat het flitslicht net genoeg is om de schaduwen in het gezicht weg te werken zonder dat het opvalt.

Iets om rekening meer te houden is dat de flits niet aan de camera doorgeeft welke hoeveelheid licht hij heeft afgegeven. De camera stelt het diafragma en de sluitertijd in Auto modes (P, S of A) in alsof de flits niet op de camera is aangesloten (uiteraard wel rekening houdend met de maximale synchronisatie snelheid voor de flitser). De enige koppeling tussen de camera meting en de flits meting is dat de camera zijn meetwaarde en de afstand gegevens van de D of G lens door geeft naar het flitsmeetsysteem.

Als je de camera in de handmatige mode zet wordt het flits meetsysteem niet verteld welk diafragma of sluitertijd je hebt gekozen. Hij ontvangt alleen de gemeten belichtingswaarde van de camera en gebruikt dat als de achtergrond helderheid. De flits weet wel welk diafragma en welke ISO waarde er op de camera is ingesteld maar dit krijgt hij binnen via de contacten in de flitsschoen.

Als je de EV waarde van de camera verandert terwijl je TTL-BL op de flitser hebt ingesteld kun je vreemde resultaten krijgen. Dit komt doordat camera EV zowel de achtergrond belichting als wel de flitssterkte beïnvloedt. Als je de achtergrond belichting niet goed vindt zet dan de camera in Manual mode en stel met de Diafragma/Sluiter combinatie de gewenste helderheid van de achtergrond in.


In de eerdere artikelen kon je lezen dat het flits meetsysteem alleen in het centrum van het beeld meet. Dit houdt in dat als het onderwerp buiten het centrum van het beeld zit dat de belichting waarschijnlijk fout zal zijn.

Hierboven staat een voorbeeld van een onderwerp dat zich niet in het centrum van het beeld bevind. Ik gebruik FV Lock om er zeker van te zijn dat het onderwerp goed belicht wordt door de flits. Het was een buitenopname in het duister dus geen omgevingslicht. Ik wilde de zwakke verlichting van het watervalletje toch vastleggen dus zette ik mijn camera op Manual mode, ISO 400, 1/8e sec en f/2.8 en de flits in TTL mode.

Eerst richtte ik mijn flits in de richting van het onderwerp en drukte de FV Lock button in om de voorflitsen de juiste belichting te laten vaststellen en daarna te locken. Vervolgens heb ik de juiste compositie gekozen (regel van 1/3e) en daarna de sluiter ingedrukt.

Merk op dat het onderwerp scherp is ondanks de trage sluitertijd van 1/8e seconde. Dit komt doordat de tijd van het flitslicht is zo kort dat eventuele beweging niet te zien is. De waterval op de achtergrond geeft wel een bewogen beeld maar dankzij de f/2.8 valt de achtergrond buiten de scherptediepte.

Als ik direct deze compositie had gekozen zonder FV Lock te gebruiken had de flits had dan in het centrum de achtergrond gemeten en was daarna op volle sterkte ontstoken wat een overbelicht onderwerp had opgeleverd.

Waar je op moet letten is dat wanneer de FV Lock knop ingedrukt wordt deze instelling bewaard blijft tot de knop weer een keer ingedrukt wordt. FV Lock is zeer handig als je een serie foto's van personen moet nemen met dezelfde instellingen en afstanden.

Het is ook handig voor personen die snel de ogen sluiten bij de voorflits (sommige mensen zijn heel snel met knipperen van de ogen) en staan dan ook vaak met gesloten ogen op de foto. Bij dieren komt dat ook snel voor.



Nikon CLS; Twee gescheiden meetsystemen

Flitsfotografie is een behoorlijk complex onderwerp en je moet het goed bestuderen om het te begrijpen. Als je het goed kan toepassen is het een onderwerp wat veel voldoening schenkt en het leid tot het nemen van goede foto’s in situaties met te weinig omgevingslicht. Dit is het eerste artikel in een serie over Nikon's CLS flitssysteem.





Kijk naar de twee bovenstaande opnamen, de eerste opname oogt alsof deze in een grot genomen is zonder enige achtergrond. De tweede opname heeft meer details van de achtergrond en je kan duidelijk zien dat het in een woonkamer is opgenomen. Deze tutorial gaat er over te leren om al de instellingen te maken om deze twee extreem verschillende belichtingen te kunnen fotograferen.

Opmerking: Ik gebruik de term TTL en bedoel dan het zelfde als iTTL gedurende deze tutorial. Als er staat CEV bedoel ik Camera Exposure Value en als er staat FEV bedoel ik Flits Exposure Value.

Het is belangrijk om te

begrijpen dat een flitsfoto bestaat uit twee verschillende belichtingen: het omgevingslicht (1) en het flitslicht (2). Flits fotografie is het eenvoudigst wanneer het volledig donker is. Er is dan namelijk geen omgevingslicht en je hoeft daar dus geen rekening mee te houden.

Wanneer het omgevingslicht fel is, is het moeilijker om de balans te vinden tussen de twee soorten licht. Nikon heeft het voor ons een stuk gemakkelijker gemaakt door het ontwikkelen van camera en een flits meetsysteem. Dit zijn twee kompleet gescheiden systemen die apart of samen gebruikt worden afhankelijk instellingen.

Praktijk voorbeeld
Laten we eerst kijken naar de eenvoudigste situatie; een verduisterde kamer. Als je dan een foto wil maken zonder flits in de A(perture) mode dan zou je bijvoorbeeld uit kunnen komen op f/4.0 en 1/4e seconde bij 100 ISO.

Zet nu de camera in handmatige stand (Manual mode) en verhoog de sluitersnelheid naar 1/80e en laat het diafragma op f/4.0 staan. Neem nu weer dezelfde foto. De foto zal dan zeer donker zijn en er zal nauwelijks iets op te onderscheiden zijn.

Zet nu de flits in TTL mode en neem weer dezelfde foto zonder de camera instellingen te veranderen. Je zult nu zien dat alles wat in het centrum van het venster zit goed belicht is door de flits. Dit komt omdat het flitsmeetsysteem de belichting regelt en juist genoeg flitspower afgeeft om goed te belichten. Het is misschien niet de exact goede belichting voor de hele foto maar daar kom ik later op terug.

Plaats nu een persoon (of een ander onderwerp) dicht bij de camera op ongeveer anderhalf meter. Zorg dat de afstand met de achtergrond redelijk groot is (een meter of vijf). Plaat het onderwerp in het centrum van de compositie en neem een flitsfoto in TTL mode (geen TTL-BL). De camera moet je hierbij nog steeds op dezelfde instelling laten staan; Manual mode, diafragma f/4.0 en een sluitertijd van 1/80e seconde.

De persoon zal nu goed uitgelicht zijn (omdat het flitsmeetsysteem de belichting regelt), maar de achtergrond is zeer donker net als bij de opname zonder flits. Dit komt omdat het flitslicht zeer sterk afneemt naarmate de afstand groter wordt die het licht af moet leggen. Het licht bereikt de achtergrond nauwelijks.

Achtergrond terughalen
Zet nu de sluitertijd op 1/10e seconde en neem weer dezelfde foto. De achtergrond zal nu lichter zijn maar waarschijnlijk bewogen tenzij je een statief gebruikte. Omdat de flits voornamelijk op de persoon gericht is wordt het omgevingslicht overstraalt door de flits. Het onderwerp zal dus weer gewoon goed belicht zijn en niet bewogen. Dat het onderwerp zelf niet bewogen is komt doordat het flitslicht maar een fractie van een seconden duurt (circa 1/1000s).

Dit voorbeeld laat zien dat de belichting van het onderwerp door het flitsmeetsysteem bepaald wordt en dat de belichting van de achtergrond (in de handmatige modus) te bepalen is met de lichtmeter van de camera. Je kunt beide onafhankelijk van elkaar instellen en hebt zo dus volledige controle!

Ook als het omgevingslicht sterker is kun je de zelfde techniek gebruiken door het diafragma verder te sluiten (groter diafragma getal) en de flits als de hoofd lichtbron te gebruiken zodat je de invloed van het omgevingslicht kan verminderen.

Als je de achtergrond sterker belicht wil hebben dan loop je het risico dat het omgevingslicht de overhand gaat krijgen en zodoende het onderwerp overbelicht raakt. In deze situatie zal sluitertijd, diafragma en flitskracht de helderheid van de belichting van het hoofd onderwerp beïnvloeden. Het is soms beter om genoegen te nemen met een wat donkere achtergrond en dat de flits het onderwerp goed belicht.


Flitsen bij veel omgevingslicht
Als buiten het zonlicht te sterk is om het omgevingslicht te temperen door stops terug te draaien dan is het niet meer mogelijk om het onafhankelijk van elkaar te regelen door de flits in TTL mode te zetten en de camera in Manual mode.

Nu moet je de balans om een goede belichting te krijgen laten regelen door TTL-BL op de flitser in te stellen en P, S of A mode op de camera te gebruiken. De camera meet dan het omgevingslicht en stelt dan diafragma of sluitertijd in voor een goede belichting en zend deze gegevens door naar de flitser en de flitser regelt dan de juiste hoeveelheid flitslicht.

TTL-BL is de stand om alleen maar een invulflits te verkrijgen (als het omgevingslicht sterker is dan het flitslicht dan noemen we het een invulflits). In deze stand werkt het flits meetsysteem samen met het camera meetsysteem om toch een uitgebalanceerde belichting te verkrijgen.

Als het omgevingslicht extreem sterk is dan moet je de camera in P of S mode zetten zodat de camera de juiste diafragma kan kiezen voor een goede belichting. Je kunt nu de flitssynchronisatie snelheid van de camera zelf in de hand houden (bijvoorbeeld 1/200e seconde voor de Nikon D80). Je voorkomt hiermee dat de camera een snellere sluitertijd kiest dan de maximale flitssynchronisatie snelheid.

De voorwaarde voor TTL-BL is dat het voorwerp donkerder moet zijn dan de achtergrond om TTL-BL goed te laten werken. De flits kan het voorwerp alleen oplichten om het in balans te brengen met de achtergrond.

Je kunt het voorwerp nu eenmaal niet donkerder maken met een invulflits en als het voorwerp lichter is dan de achtergrond dan zul je moeten overwegen om geen flits te gebruiken. Het kan voorkomen dat er kleine slagschaduwen in het gezicht zijn en dat die een beetje bij gelicht moeten worden en dit kan perfect met het TTL-BL systeem.